Assalaamoe 'Alaikoem wa Rah'matoellahi wa Barakaatoeh
(Vrede zij met jou en Allah's Barmhartigheid en Zijn Zegeningen) en Niet-Moslims ook gegroet.

Hieronder kunt u een aantal Bekeringsverhalen lezen die ons toegezonden zijn. Wilt u ook uw Bekeringsverhaal delen kunt u het naar ons versturen via de contact pagina.




Ik ben in een klein dorpje geboren, waar iedereen elkaar kende. Ik zat op een Christelijke school en ging tot mijn vijfde naar de kerk net als iedereen. Mijn ouders hadden veel ruzie en gingen uiteindelijk scheiden, sindsdien negeerden mensen ons en besloot mijn moeder nooit meer naar de kerk te gaan. Een paar jaar later ging mijn moeder schoonmaakwerk doen bij een familie met een heel groot luxe huis, er waren twee dochters waar ik altijd mee ging spelen en logeren. Ik ging met hun mee naar hun kerk; een zwarte jurk aan, een hoedje op en een grote bijbel onder mijn arm. Vanaf mijn zeventiende ging ik naar Hongarije en Roemenie om "het woord van God "te prediken; we zongen over God en Jezus en bezochten kindertehuizen en bejaardentehuizen. Ik wou de jeugd bereiken d.m.v. het Woord te verkondigen. Ik deed een groot kruis om mijn nek en droeg t-shirts met teksten als:" What would Jezus do?". Ik schaamde me nergens voor; ik sprak mensen op straat aan, in kroegen en bussen en treinen. Op school liep ik naar iedereen toe die rookte en maakte een praatje met hun en vroeg ze mee naar de kerk. Ik stapte over naar een andere kerk waar ik liederen ging zingen en gitaar speelde. Iedereen in die kerk sprong van geluk en blijdschap. Ik werd er in naam van Jezus gedoopt. In die tijd had ik last van anorexia; ik slikte laxeertabletten. Ik wilde er van af, maar niet via een dokter of psychiater maar via God!.In de kerk werd er voor me gebeden waarna ik ging trillen en huilen en vallen en schreeuwen als een kleine baby. Ze zeiden dat demonen uit mij moesten en zodoende bleef ik uren, dagen en maanden dag in dag uit in die kerk. Sommige mensen konden niet lopen maar omdat mensen gingen bidden konden ze opeens lopen. Ik vond het allemaal ongelofelijk.
Ik richtte een groep op om mee te doen aan de Ramadan, met als doel moslims te bereiken en tot het christendom te bekeren. We gingen in grote flats van deur tot deur om een praatje te houden, en boekjes in het Arabisch uitdelen.'s Nachts ging ik met vriendinnen de hele nacht voor moslims bidden. We bereikten vele mensen tijdens Ramadan en zijn naar Zweden gegaan speciaal om moslimjongeren te ontmoeten! Hoe meer we over Islaam praatten, hoe meer ik ging twijfelen en interesse kreeg, dus ging ik boeken halen, waaronder de Quran. Ik ging zoveel mogelijk lezen zodat ik altijd een antwoord klaar zou hebben. Toen ik de Quran las raakte het me, maar mijn omgeving stond mij in de weg. Mijn begeleidster merkte dat ik veranderde en zei dat ik rust nodig had. Terwijl ik mij dieper in Islaam verdiepte kreeg ik weer anorexia aanvallen. De kerk ving me op en zei dat ik me "te diep in dingen had verdiept, en mezelf niet meer onder controle had." Ik ervaar dat helemaal niet zo; het was net alsof djinns me aanvielen. Ik wou verder gaan met de Qoraan maar had er de kracht niet voor. Een hele tijd later ging ik naar Amsterdam om in een opvanghuis voor harddrugsverslaafden te gaan werken. Allemaal mensen met problemen natuurlijk, die ik wou helpen met de liefde van God. Voordat ik vertrok ging ik nog even naar mijn kamer en bad tot God en zei: "Heer, ik ga naar Amsterdam om alle moslims tot Christenen te bekeren."
Na enige tijd kreeg ik spijt en heimwee en wou terug naar waar ik vandaan was gekomen, maar ik kon op geen enkele wijze een woning krijgen; ik kon gewoon niet terug. Ik voelde afkeer tegen buitenlanders en asielzoekers die wel een huis kregen, terwijl ik dat niet kreeg in een stad waar ik zo lang gewoond had. Ik stopte met naar de kerk gaan. Luisterde God eigenlijk wel naar mijn gebeden?
Ik kreeg allerlei twijfels. Ik wou helemaal niets meer. Ik ging roken en met verkeerde vrienden om. Ik had een Algerijnse man ontmoet was verliefd op hem geworden, en hij schrok heel erg toen ik van Christen tot helemaal niets werd. Hij praatte heel veel met me, soms tot diep in de nacht. Vriendinnen belden me ook bezorgd op, maar het kon me niets schelen. Ik dacht; rot allemaal maar op; jullie denken het allemaal beter te weten, jullie weten niets over mij. Ik voelde me eenzaam en verdrietig. Ik huilde veel zonder dat iemand er wat van wist. Ik wilde mijn leven over doen maar dan heel anders.
Op een dag ging ik mijn huis opruimen en kwam zodoende allerlei boeken tegen die ik niet meer las; veel boeken over Islaam. " De vrouw in de Islaam met betrekking tot de Heilige Quran" kwam in mijn handen terecht, en toen ik erin begon te lezen vergat ik de tijd. Toen kwam de Quran in mijn handen, ik ging op mijn bed zitten lezen, de tranen stroomden over mijn wangen.
Ik las over Maryam en het sprak me zo aan. Ik moest huilen omdat ik het heel anders in de Bijbel had gelezen, maar het nu in de Quran veel beter kon begrijpen dan in de bijbel. Ik wou nu alles lezen van de Quran, dus las ik van al-Fatiha tot Ali-Imraan tot diep in de nacht. Ik legde de Quran voorzichtig weer terug, nu niet op de middelste plank, maar hoog op een grote plank waar iedereen hem kon zien. Ik ging op een kinderdagverblijf werken, er kwamen steeds meer moslims daar werken, ik praatte veel met hun over Islaam en verlangde er steeds meer naar om moslim te worden.
Een van hun nam me op een dag mee naar de moskee. Ik vond het fantastisch, heb naderhand shahada gezegd, mijn naam veranderd en leren bidden. Ik heb al mijn Christelijke boeken weg gedaan; wel twee vuilniszakken vol en mijn Christelijke cd's kapot gemaakt en mijn strakke broeken en truitjes aan mijn nichtje gegeven. Mijn familie vindt het helemaal niet leuk. Sinds ik moslim ben geworden heb ik veel strijd gehad. Soms dacht ik terug aan mijn oude leven van vroeger en de kerk en mijn vrienden. Gelukkig had ik ondertussen mijn man ontmoet, met wie ik veel discussies en gesprekken kreeg. Toen ik hem aan mijn moeder voorstelde was dat een drama; ze keek hem niet eens aan; noch groette ze hem. Mijn familie is heel racistisch naar Arabieren toe. Ik schreef mijn moeder naderhand een brief waarin ik haar liet weten dat ik met hem wou trouwen en dat als zij deze man niet kon accepteren ze mij dus ook niet accepteerde. Maar mijn man zei:" Als jouw moeder mij niet accepteert, stoppen we met deze relatie, want je moeder gaat boven alles." Ik was heel erg boos want ik was verliefd op hem, maar ik ging nadenken waarom hij zoiets zei. Ondanks haar afkeuring wou mijn man haar toch ontmoeten, en het ging goed. Mijn vriendinnen hebben veel op mij ingepraat:" Je moet geen moslim worden hoor" en " De profeet Muhammad is geen profeet"." Het staat ook niet in de Bijbel, als het er in staat waar dan?" Ik ging in de Bijbel zoeken totdat ik het gevonden had. Maar ze wilden niet luisteren, " zo kan je alles wel interpreteren" was hun antwoord, en tot nu toe geloven ze me niet.
Moge Allaah hun harten voor Islaam openen zoals Hij dat met de mijne deed.  Amien.