Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met alle profeten.
In de bijbel staat: “Een aanzienlijk man begon hem (Jezus) eens te vragen: “Goede meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? Jezus
zeide tot hem: “Wat noemt gij mij goed? Niemand is goed dan God alleen." (Lucas 18: 18-19)
Jezus, vrede zij met hem, heeft er voor gewaakt dat de goedheid niet aan hem wordt toegeschreven, maar uitsluitend aan God. Dus hoe kan iemand nog durven
te beweren dat hij god of de zoon van god is.
Er staat zelfs in de Bijbel: “En één der schriftgeleerden, die hen hadhoren redetwisten, kwam nader, en daar hij begreep dat hij hun een goed
antwoord had gegeven, vroeg hij hem: “Wat is het allereerste gebod? Jezusantwoordde hem: “Het eerste is: Hoor, Israël, de Heer onze God is de enige
Heer" (Marcus 12: 28-29)
Zie hoe Jezus, vrede zij met hem, hier te kennen geeft dat ook hij evenals de overige kinderen van het huis van Israël de eenheid van God erkent.
Dit is volgens Jezus dan ook de allereerste en meest belangrijke doctrine en niet zijn goddelijkheid en erfzonde waar de huidige christenen onterecht de nadruk op leggen.
Jezus, vrede zij met hem, was niet meer dan een gezant die openlijk opriep tot de eenheid van Allah, hij zegt dan ook: “Dit is het eeuwige leven dat
zij U kennen, den enigen, waarachtige God, en hem dien Gij gezonden hebt,Jezus Christus." (Johannes 17:3)
En ook in zijn gesprek met Maria Magdalena: “,Jezus zeide tot haar: Raak mij niet aan; want ik ben nog niet opgevaren tot den Vader; maar ga
aan mijn broeders zeggen: Ik vaar op naar mijn en uw Vader, mijn en uw God." (Johannes 20:17)
Dus hieruit kunnen wij opmaken dat de relatie van Jezus (vrede zij met hem) met zijn Heer dezelfde is als die van de leerlingen met hun Heer. Zij waren
allemaal dienaren van God en niet meer.
En als wij nu eens kijken naar wat Petrus, de grootste leerling van Jezus, te zeggen heeft over hem: “Israelieten, luistert naar deze woorden: Jezus den Nazoreer, een man u van God aangewezen door de krachtige werken, wonderen en tekenen die God onder u door hem gedaan heeft, zoals gijzelf weet" (Handelingen 2: 22)
Dan valt ons op dat Petrus niet vermeldt dat Jezus God of de zoon van God is. Hij zegt over hem een man te zijn die dankzij God wonderen onder de
mensen kon verrichten.
En wij sluiten ons dan ook aan bij deze woorden van Petrus en zeggen dat Jezus slechts een mens, boodschapper en profeet was die door God naar
het huis van Israël gestuurd was zoals andere profeten die voor hem waren.
Bron: Al-Yaqeen.com