Door Sheikh-ul-Islaam Mohammed ibn Abdul-Wahhaab

Allah de Almachtige, Heer van de Glorieuze Troon, ik bid dat Hij jou, beste lezer, zal leiden in deze wereld en de volgende; dat Hij jou altijd zal zegenen waar je ook bent; dat Hij jou één van degenen maakt, die Zijn Gunsten herkennen, die standvastig blijven wanneer ze moeilijkheden treffen en berouw tonen en Zijn vergiffenis zoeken wanneer ze ongehoorzaam zijn of zondigen. Deze drie eigenschappen zijn de kenmerken van succes.
Weet dat zuivere aanbidding en monotheïsme, wat de religie van Abraham (vrede zij met hem) is, bestaat uit het aanbidden van Allah alleen, en volledig toewijden aan Zijn aanbidding. Allah heeft gezegd (vertaling): “En ik heb de Djinn en de mens slechts geschapen om Mij te aanbidden.” [1]
Zodra je weet dat Allah jou geschapen heeft om Hem te aanbidden, zal je je realiseren dat er geen dienaarschap kan zijn zonder zuiver monotheïsme (Arabisch: Tawhied). Net zoals dat het gebed niet geaccepteerd wordt zonder reinheid en er geen sprake kan zijn van reinheid als men onrein is, is er geen aanbidding van Allah wanneer men anderen met Hem vereenzelvigt (Arabisch: Shirk). Door anderen naast Allah te stellen bevuilt men de aanbidding en zo worden daden vruchteloos en wordt men verdoemd tot het eeuwige hellevuur (moge Allah ons hiertegen beschermen). Wanneer je dit erkent, beste lezer, dan zal je je realiseren dat je grootste zorg moet zijn dat je over deze kennis beschikt, zodat Allah je redt van de afschuwelijke bestemming van de Hel. Allah de Verhevene heeft gezegd: “Waarlijk, Allah vergeeft niet dat men iets met Hem vereenzelvigt, maar Hij zal al hetgeen daarbuiten staat vergeven, wie Hij wil. En wie iets met Allah vereenzelvigt, heeft inderdaad een zeer grote zonde begaan.” [2] Deze essentiële kennis bestaat uit vier basisregels, die Allah de Verhevene heeft genoemd in Zijn Boek.

Eerste regel:

De eerste regel is het hebben van de kennis dat de ongelovige heidenen, die de tegenstanders waren van de profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) die hij bestreden had, erkenden dat Allah de Verhevene, moge Hij verheerlijkt worden, inderdaad de Schepper is, Voorziener en de Maker van deze wereld is. Dit maakte hen echter niet tot moslims. Het bewijs hiervoor vinden we in de aayah (vertaling): “Zeg: Wie schenkt jullie voorzieningen uit de hemel en de aarde,” of: “Wie heeft macht over (het scheppen van) het horen en zien en wie brengt het levende voort uit het dode en wie brengt het dode voort uit het levende, en wie verordent het bestuur?” Zij zullen zeggen: “Allah.” Zeg dan: “Zullen jullie (Allah) dan niet vrezen?” [3]

Tweede regel:

De tweede regel is het weten dat de ongelovigen claimen dat zij niet tot hun afgodsbeelden bidden maar dat ze hen slechts aanroepen om voorspraak te krijgen en dichterbij tot Allah te komen. Allah de Verhevene zegt hierover (vertaling): “….En degenen die naast Hem beschermers nemen (zeggen): “Wij aanbidden hen slechts opdat zij ons zo dicht mogelijk tot Allah brengen.” Voorwaar, Allah zal tussen hen rechtspreken over dat waarover zij van mening verschillen. Voorwaar, Allah leidt niet degene die een zeer ongelovige leugenaar is.” [4]
Het bewijs over voorspraak vindt men in de woorden van Allah, waarbij Hij de Verhevene zegt: “En zij aanbidden naast Allah wat hen niet schaadt en hen niet baat, en zij zeggen: “Dezen zijn onze voorsprekers bij Allah..” [5]
Voorspraak wordt onderverdeeld in twee soorten:
“Een onwettige en wettige voorspraak.”
De verboden vorm is de voorspraak (shafaa’ah) die gezocht wordt bij anderen dan Allah, naar dingen waar alleen Hij de macht over heeft om ze te kunnen geven. Bewijs hiervoor is de aayah: “O jullie die geloven: geeft van dat waar Wij jullie mee voorzien hebben, voordat de Dag komt waarop er geen handel, geen vriendschap, en geen voorspraak zal zijn. En de ongelovigen: zij zijn de onrechtvaardigen.” [6]
De toegestane vorm van voorspraak is datgene dat van Allah gevraagd wordt, waarbij de bemiddelaar deze gunst van Allah krijgt. Degene voor wie bemiddeld wordt is degene waarover Allah tevreden is. Allah de Verhevene heeft gezegd:”.. Wie is degene die van voorspraak is bij Hem zonder Zijn verlof?... [7]

Derde regel:

Dat de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) kwam van een gemeenschap mensen die verschillende vormen van aanbidding hadden. Sommigen aanbaden engelen, andere aanbaden profeten en vromen, andere aanbaden de zon en de maan. De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) heeft hen bestreden en heeft hen niet in verschillende groepen gelaten. Het bewijs hiervoor is dat Allah de Verhevene heeft gezegd:”En bestrijd hen totdat er geen fitnah meer is en de godsdienst geheel voor Allah is..” [8]
Het bewijs dat hen verboden is om de zon te aanbidden, is dat Allah de Verhevene zegt:”En tot Zijn Tekenen behoren de nacht en de dag, en de zon en de maan. Knielt jullie niet neer voor de zon en niet voor de maan, maar knielt jullie neer voor Allah,  Degene Die hen heeft geschapen, als jullie alleen Hem aanbidden.” [9]
Het bewijs dat het verboden is om de engelen te aanbidden, is dat Allah de Verhevene zegt:”En Hij beveelt jullie niet de engelen en de profeten als heren te nemen.” [10]
Het bewijs dat het aanbidden van profeten verboden is, daarover zegt Allah:”En (gedenkt) toen Allah zei:”O, Isa, zoon van Maryam, heb jij tegen de mensen gezegd:”Neemt mij en mijn moeder tot twee goeden naast Allah?” Hij (Isa) zei:”Heilig bent U! Nooit zou ik kunnen zeggen waarop ik geen recht heb. Indien ik dat gezegd had, zou U dat zeker geweten hebben. U weet wat er in mijn ziel is, en ik weet niet wat er in Uw Ziel is. Voorwaar, U bent de Kenner van het onwaarneembare.” [11]
Het bewijs dat het verboden is om vromen te aanbidden, is dat Allah zegt:”Zij (de veelgodenaanbidders) zijn degenen die aanroepen, (en zij die aangeroepen worden) zoeken naar ene middel tot hun Heer. Wie van hen het dichtst bij(hun Heer) zijn en op Zijn Barmhartigheid hopen en Zijn bestraffing vrezen…” [12]
Het bewijs dat het aanbidden van bomen en stenen verboden is, is dat Allah de Verhevene zegt: “Zien jullie (veelgodenaanbidders) dan Al-laat en Al-‘Oezzaa? En Manaat, de andere, de derde?” [13] [14]
En ook de overlevering van Abie Waaqied Al-Laythie (moge Allah tevreden met hem zijn), hij zei: ‘Wij vertrokken samen met de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) naar H’oenayn – wij waren pas bekeerd uit ongeloof – de polytheïsten hadden een lotusboom waar zij zich naar toe wendden en hun wapens erbij neerlegden, die Daat Anwaath heet. Wij kwamen voorbij de lotusboom en zeiden: “O boodschapper van Allah, maak voor ons een Daat Anwaath zoals zij ook Daat Anwaath hebben. Toen zei de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem): “Glorieus is Allah, dit is hetzelfde wat het volk van Moesa heeft gezegd tegen Moesa, maak voor ons een god zoals zij ook een god hebben. Bij Degene die mijn ziel in Zijn handen heeft, jullie zullen de weg volgen van degenen voor jullie. [15]

Vierde regel:

De polytheïsten van onze tijd begaan een groter polytheïsme dan degenen voor hen. Omdat degenen die toen leefden polytheïst waren in aangename tijden en waren zuiver in monotheïsme in moeilijke tijden, de polytheïsten van onze tijd passen hun polytheïsme in aangename en moeilijke tijden toe:”En als zij op de schepen varen, dan roepen zij Allah aan. Hem zuiver aanbiddend. Maar zodra Hij hen dan heeft gered (en) aan land heeft gebracht, dan kennen zij deelgenoten (aan Allah) toe.” [16] En Allah’s vrede en zegeningen zijn met onze profeet, zijn familieleden en metgezellen.

[1] Hoofdstuk Ad-Dzaarieyaat (51), vers 56
[2] Hoofdstuk An-Nisaa (4), vers 48. (toevoeging van de vertaler: we dienen op te merken dat Allah de Verhevene degene vergeeft (insjaAllah) die anderen met Hem vereenzelvigt, of anderen naast hem aanbeden heeft, zolang ze berouw tonen voor hun dood).
[3] Hoofdstuk Yoenoes (10), vers 31
[4] Hoofdstuk Az-zoemar (39), vers 3
[5] Hoofdstuk Yoenoes, vers 18
[6] Hoofdstuk Al-Baqarah (2), vers 254
[7] Hoofdstuk Al-Baqarah (2), vers 255
[8] Hoofdstuk Al-Anfaal (8), vers 39
[9] Hoofdstuk Foesselat (41), vers 37
[10] Hoofstuk Aal-iemraan (3), vers 80
[11] Hoofdstuk Al-Maa-iedah (5), vers 116
[12] Hoofdstuk Al-Israa-e (17), vers 57
[13] Hoofdstuk An-Nadjm (53), vers 19-20
[14] (Toevoeging van de vertaler ter verduidelijking: dit zijn een aantal standbeelden die van steen waren gemaakt en aanbeden werden naast Allah)
[15] Soenan At-Tirmiedhie
[16] Hoofdstuk Al-‘Ankaboet (29), vers 65