Er waren twee hechte vrienden. De één was erg slim, spontaan en actief. De ander was erg naïef, rechtschapen en zwijgzaam. Op een dag gaat de slimme jongen naar zijn vriend, om te vertellen dat het slecht gaat met zijn zaken, en wil geld van hem lenen. Zijn vriend geeft hem al zijn geld. Met dit geld maakte hij zijn zaken weer in orde. Na een tijd gaat de slimme jongen weer naar zijn (inmiddels verloofde) vriend en zegt tegen hem dat hij zijn verloofde heel leuk vind en wil zelf met haar trouwen. Zijn vriend is heel verbaasd, en weet niet wat hij moet zeggen. Er was echter zo een sterke band tussen de twee vrienden, dat hij gewoon geen nee kon zeggen, en geeft zijn verloofde aan zijn vriend. Na een tijd gaat het slecht met de zaken van de naïeve jongen, en hij denkt gelijk aan zijn vriend (met de gedachte: ik heb hem geholpen toen hij het moeilijk had). Hij gaat naar het bedrijf van zijn vriend en vraagt om werk.
Zijn vriend geeft hem geen werk. De naïeve jongen gaat met spijt en verdriet terug, maar is nog steeds niet boos op zijn vriend. Op een dag komt er op straat een zieke en oude man naar hem toe. Hij zegt dat hij geen geld heeft voor medicijnen. De jongen heeft medelijden en koopt medicijnen voor de oude man. Korte tijd daarna krijgt hij te horen dat de oude man overleden is. De oude man blijkt erg rijk geweest te zijn en schenkt zijn hele erfenis aan de naïeve jongen. De jongen is nu rijk en koopt een huis tegenover het bedrijf van zijn vriend. Op een dag belt er een bedelaarster aan bij de jongen. De oude vrouw zegt dat ze honger heeft, en wil eten.
De jongen neemt haar zonder te twijfelen naar binnen en geeft haar te eten. Hij krijgt te horen dat de vrouw niemand heeft, en hij vertelt dat hij zelf ook eenzaam is. Hij besluit om haar in zijn huis te laten wonen, en dat zij in ruil daarvoor het huishouden doet en eten voor hem maakt. De oude vrouw accepteert dit gelijk. Op een dag zegt de vrouw tegen de naïeve jongen dat hij een geschikte vrouw voor zichzelf moet vinden om mee te trouwen. De jongen zegt: waar vind ik zo een vrouw? Ik ken geen geschikte vrouw. De oude vrouw zegt dat zij wel een geschikte vrouw kent en dat ze hem met haar wil laten kennismaken. Na de ontmoeting met de vrouw besluiten de twee te gaan trouwen en de bruiloftsuitnodigingen worden gedrukt.
De jongen nodigt zijn vriend toch uit, ondanks dat hij gekwetst is. De dag van de bruiloft breekt aan. De naïeve man pakt de microfoon omdat hij wat wil zeggen tegen de gasten. Hij zei: "Ik had ooit een vriend waar ik veel van hield. Op een dag wilde hij geld van mij lenen, omdat het slecht ging met zijn zaken. Ik heb hem al mijn geld gegeven. Ik stond op het punt om te trouwen, maar hij vertelde dat hij mijn verloofde zo leuk vond en dat hij zelf met haar wilde trouwen. Met veel verdriet heb ik haar aan hem gegeven, omdat wij goede vrienden waren en ik hem niet wilde teleurstellen.
Toen MIJN zaken slecht gingen, ging ik naar zijn bedrijf en vroeg om werk. Hij gaf me geen werk. Ik was erg verdrietig, maar ik werd niet boos op hem, omdat we echte vrienden waren." Na de toespraak kan de andere jongen er niet meer tegen. Hij pakt de microfoon en begint te praten: "Ik had ook een vriend waar ik veel van hield. Toen het slecht ging met mijn zaken vroeg ik geld aan hem en hij gaf al zijn geld aan mij. Daarna vroeg ik hem om zijn verloofde, en met veel verdriet gaf hij haar aan mij. De reden dat ik zelf met haar wilde trouwen, was omdat ze niet geschikt was voor mijn vriend (ze was een prostituee). Omdat mijn vriend erg naief is en niet zou merken dat ze een prostituee was, heb ik er op deze manier voor gezorgd dat ze niet met elkaar zouden trouwen. Toen het slecht ging met mijn zaken, kwam hij naar mij toe en vroeg om werk. Omdat ik mijn vriend (moreel) niet onder mijn leiding kon laten werken, heb ik hem geen werk gegeven. De oude man die hij op een dag tegenkwam was mijn vader. Hij stond op het punt te sterven. Ik heb hem naar mijn vriend gestuurd en ik heb gezorgd dat hij die erfenis kreeg. De bedelaarster die aan zijn deur kwam was mijn moeder. Ik had haar gestuurd omdat ik wilde dat er goed voor mijn vriend gezorgd zou worden. Het meisje waarmee hij nu mee gaat trouwen is mijn zusje. Ik wilde dat zij met hem zou trouwen, omdat hij mijn vriend is.
Dus: ook al sluit Allaah de ene poort naar hetgeen waar je zo van houdt, Hij zal uiteindelijk een andere poort voor je openen. Als je maar geduld hebt en op Allaah vertrouwt. Allaah zegt in de Edele Qur'aan:
“Maar het kan zijn dat jullie afkeer van iets hebben, terwijl het goed voor jullie is; en het kan zijn dat jullie van iets houden, terwijl het slecht voor jullie is.” (Al-Baqarah: vers 216)
Insha'Allaah zullen jullie hier lering uit trekken en beter met tegenslagen om kunnen gaan.
Subh'aanaka Allaahumma wa bih'amdiek, ash-hadu allaa illaaha illaa anta,
astaghfieruka wa atuba ilayk.