(Deel 1)




Door Br. Aboe l-Walid Al Hamawi & Br. Ibrahim Aboe Khalid

De da’wah (uitnodiging) naar Allah de Almachtige is de plicht van de moslim ummah (gemeenschap). Elke moslim is belast met deze missie, zoals Allah de Verhevene heeft gezegd: “En laat er uit jullie een groep voortkomen die uitnodigt tot het goede en oproept tot deugdelijkheid en (die) het verwerpelijke verbiedt en zij zijn degene die de welslagenden zijn.” [1]
Wij moslims zijn de beste gemeenschap van de mensheid, als we aan een bepaalde voorwaarde voldoen tenminste. Allah de Verhevene heeft dit als volgt gezegd: “Jullie zijn de beste gemeenschap die uit de mensen is voortgebracht, zolang jullie tot het goede oproepen en jullie het verwerpelijk verbieden, en jullie in Allah geloven.” [2]
Deze aayah bestaat uit twee gedeelten: een omschrijving en voorwaarden. De omschrijving is dat wij moslims de beste gemeenschap zijn die ooit uit de mensheid is voortgekomen. De voorwaarden die ons de beste gemeenschap maken zijn ten eerste het geloven in Allah, maar daarnaast moeten wij ook andere mensen oproepen tot het goede, dat waar Allah van houdt, en het verwerpelijke, dat waar Allah een afkeer van heeft, verbieden. Als we voldoen aan deze voorwaarden, dan pas zullen we de beste gemeenschap zijn.
De mogelijkheid tot het volbrengen van deze missie op individueel niveau varieert, afhankelijk van de capaciteit van de moslim, inclusief zijn taalkundige vaardigheid, zelfvertrouwen en kennis. Maar iedereen is in staat tot het uitvoeren van da’wah. Al is het maar mensen helpen, goed gedrag tonen, het kopiëren van stencils of cassettebandjes en uitdelen aan je medemens.
Zonder da’wah vervalt de mens in onwetendheid en misleiding. De afwezigheid van da’wah betekent de afwezigheid van een kracht/middel om de verspreiding van kwaad en ongerechtigheid op aarde te voorkomen. Onze profeet (vrede en zegeningen zij met hem) heeft ons gewaarschuwd voor de consequenties: “In een tijd waarin mensen onverschillig worden ten aanzien van het verspreiden van het kwaad, roepen zij de bestraffing van Allah over zich af.” [3]
Het doel van da’wah is het proberen van mensen naar de kern te leiden: het bestaan van onze Schepper. Het is niet onze taak om iemand te bekeren, maar onze taak is om iemand op de hoogte te brengen. Het resultaat is niet in onze handen. Wij praten, schrijven en nodigen uit, de rest is voor Allah de Almachtige. Wij laten iemand de weg zien, het resultaat is in de handen van Allah. Imaan in iemands hart komt van Allah de Barmhartige. Hij zegt:”Voorwaar, jij kunt degene die jij liefhebt geen leiding geven. Maar Allah leidt wie Hij wil…” [4] Deze aayah refereert aan het feit dat de profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) zijn oom Aboe Taalib tevergeefs uitnodigde naar de Islam. Zelfs de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) is niet in staat om goddelijke leiding (al Hidayah) aan mensen te verstrekken.
Een succesvol daa´ieyah [5] zal de vele aspecten van de islamitische kennis in overweging moeten nemen, de omstandigheden van de omgeving waarin hij werkt, zijn bronnen en middelen, en wat hij wil bereiken. Dit artikel is verdeeld in vier hoofdthema´s en probeert een perspectief te bieden op deze zaken om de daa´ieyah bij te staan in zijn missie. 
  • De Sociaal culturele structuur van het westen
  • De Daa´ieyah
  • De Methodologie van de Da´wah
  • De Middelen

 De sociaal culturele structuur van het westen

Nu het nieuwe millennium is begonnen, kijken moslims terug op de gebeurtenissen die de 20ste eeuw hebben vormgegeven en overdenken deze vernederende en verschrikkelijke periode in de geschiedenis van de Islam.  De val van de khilaafah (stedehouders) en het verdwijnen van de shari´a (islamitische wetgeving) als gevolg daarvan, de verdeling van moslimland in kleine machteloze landjes, en de opkomst van de seculiere theorieën op alle intellectuele fronten, zijn maar een paar van de grote crisissen die de moslim ummah beïnvloeden.
De opeenvolgende dictatoriale regimes en de degraderende levensomstandigheden hebben veel moslims (tijdelijk) uit hun huizen verdreven, op zoek naar minder vijandigheid ten opzichte van hun religie en een betere levensstandaard. De westerse landen, die een belangrijke bijdrage leverden aan deze migratiestroom, hebben ironisch genoeg de meeste moslim immigranten geaccepteerd, en vandaag de dag zijn het er meer dan 15 miljoen.
Het westen, een term waarmee West-Europa, Noord-Amerika, en een paar andere landen zoals Australië en Nieuw-Zeeland worden aangeduid, is een plaats waar grote mogelijkheden liggen voor moslims om da’wah te doen en meer aanspraak te maken op de verbondenheid met de universele religie van Allah (Verheven en Glorieus is Hij). Maar om van deze mogelijkheden gebruik te maken, moeten de moslim doe’aat zich bewust worden van de omgeving waarin zij leven. Zij zouden zich een adequaat niveau van kennis over het westerse land waarin zij leven eigen moeten maken.
Kennis van het land, zoals geschiedenis, geografie, demografie, economie, religies en etnische achtergronden, zijn zeer belangrijke aspecten die een daa’ieyah kunnen helpen met zijn missie. Ze moeten ook de politieke systemen van een land leren kennen, evenals de partijen en de ‘wie’, ‘wat’ en ‘hoe’ van het politieke proces. Wat zijn de grote kranten, magazines en omroep organisaties? Wie zijn de opinieleiders, beroemde personen, schrijvers, wetenschappers etc.?
 

De Daa’ieyah

De daa’ieyah zou de volgende eigenschappen moeten hebben, anders zou zijn missie tot falen kunnen leiden, in zowel zijn wereldse missie als in het Hiernamaals.
 

Oprechtheid (ikhlaas)

Oprechtheid in het overbrengen van de boodschap en het zich losmaken van persoonlijk gewin is een kenmerk van rechtschapen personen. Niet alleen zal de onoprechte daa’ieyah bestraft worden op Yawm al Qieyaamah (Dag des Oordeels) voor zijn hypocrisie, maar zullen de mensen die zien dat hij verlangt naar een werelds of persoonlijk voordeel wanneer hij de boodschap overbrengt, meteen zijn advies afwijzen en zijn missie betwijfelen. Aan de andere kant is de oprechte daa’ieyah alom gerespecteerd door zijn gemeenschap en zullen mensen luisteren naar wat hij te zeggen heeft en zijn aanbevelingen in acht nemen. De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) heeft ons gewaarschuwd:”Hij die zijn goede daden opzettelijk bekend maakt, voor de lofprijzingen van de mens, zal Allah zijn ware intentie laten zien (op Yawm al Qieyaamah). En hij die goede daden in het openbaar verricht om te pronken, om de lofprijzingen van de mens te krijgen, Allah zal zijn ware intentie onthullen (en hem vernederen).” [6]
Het is daarom essentieel voor de daa’ieyah om oprecht te zijn en zich openlijk te distantiëren van persoonlijk gewin, zoals rijkdom, status of macht; en dus het voorbeeld te volgen van de profeten (vrede zij met hen) wanneer zij zeiden tot hun mensen:”Ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.” [7]
En laat verder zijn motto de volgende woorden van Allah de Verhevene zijn:”Zeg:”Voorwaar, mijn salaat, mijn aanbidding, mijn leven en mijn sterven zijn opgedragen aan Allah, Heer der Werelden.” [8]
Vraag jezelf af waarom je boeken wil vertalen, of waarom wil je een lezing geven. Doe je het voor Allah, in de hoop er beloning voor te krijgen? Of doe je het voor aanzien, om op te scheppen, etc.
Een deel van oprechtheid in het doen van da’wah is zien dat de daa’ieyah ook zelf toepast wat hij preekt en tot de eerste behoort die zich overgeven aan Allah de Barmhartige. Allah heeft de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) (hierover) opgedragen:”Zeg: “Voorwaar, ik ben bevolen om Allah te aanbidden, Hem zuiver aanbiddend….En ik ben bevolen om de eerste van de moslims te zijn.”… “Zeg:”Voorwaar, ik vrees, als ik mijn Heer ongehoorzaam ben, een bestraffing op een geweldige Dag.” [9]
Als een voorbeeld voor zijn gemeenschap zou de daa’ieyah zijn da’wah moeten beginnen bij zijn eigen familie, verwanten en vrienden, in overeenstemming met het bevel van Allah de Verhevene:”O jullie die geloven, behoedt jullie zelf en jullie gezinsleden voor de Hel, die als brandstof mensen en stenen heeft, waarover strenge en hard optredende Engelen zijn aangesteld, die Allah niet ongehoorzaam zijn in wat Hij hen beveelt, en die uitvoeren wat hen is bevolen.” [10]
Dit was de Soennah van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) die eerst da’wah deed bij zijn vrouw Khadidjah, zijn neef Ali en zijn beste vriend Aboe Bakr (moge Allah tevreden over hen zijn). Aboe Hoerairah verhaald dat toen dit vers werd geopenbaard:”En waarschuw jouw naaste familieleden” [11], de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “O mensen van Qoeraish, koop jullie zelf van Allah (verzeker jullie zelf van bevrijding van Allah door goede daden te verrichten). Ik kan geheel niets voor jullie betekenen tegen Allah. O Abbaas bin Abd al Moettalib (de oom van de profeet vrede en zegeningen zij met hem), ik kan niets voor u betekenen tegen Allah; O Safiyyah (de tante van de profeet vrede en zegeningen zij met hem), ik kan niets voor u betekenen tegen Allah; O Fatimah, dochter van Mohammed, vraag me wat je wilt, maar ik kan niets voor je betekenen tegen Allah.” [12]
Het huishouden van een daa’’ieyah is altijd onderworpen aan het kritische oog van de gemeenschap. Als ze zien dat zijn vrouw en kinderen onverschillig zijn in het praktiseren van de islam, zullen ze de daa’ieyah als incompetent in zijn werk beschouwen en zich van hem afkeren. De daa’ieyah zal ook als eerste verantwoordelijk worden gehouden voor zijn gezin, boven zijn gemeenschap.
 

Kennis en zich uitdrukken

De uitdrager van de boodschap moet voldoende kennis hebben van de islamitische leer en ‘uitdrukkings’- vaardigheden, om zo zijn gedachten over een bepaald onderwerp accuraat en expliciet over te brengen. Het is duidelijk dat een onwetende moslim of iemand die zich slecht in worden kan uitdrukken, niet geschikt is om de boodschap mondeling aan de mensen over te brengen.
Het zou zelfs zo kunnen zijn dat zo iemand de religie van Allah de Alwijze meer kwaad dan goed zou doen en mogelijk mensen van zich zou kunnen wegjagen. Sommige jonge enthousiaste moslims denken ironisch genoeg dat islamitische kennis vergaard kan worden door het lezen van tijdschriften of het luisteren naar een cassettebandje in hun vrije tijd. De waarheid is echter dat de wetenschappen van de islam alleen verkregen kunnen worden door een systematisch proces van leren, welke een inspanning met hart en ziel, en tijd en moeite vereist.
De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei:”Als Allah iets goeds wil doen voor een persoon, laat Hij hem het Geloof begrijpen, en natuurlijk wordt kennis verkregen door te leren.” [13]
Veel van de rechtgeleiden Salaf [14] hebben gezegd: “Geef kennis (van de dien [15]), alles wat je hebt, en het zal jou iets geven van wat het heeft.”
Nu kunnen we ons afvragen:”Hoeveel zal de kennis van de dien ons geven, als wij het alleen maar een klein deel van onze vrije tijd geven?”
 

Een mooie manier van spreken

Bij het overbrengen van de islam zou de daa’ieyah moeten proberen, indien mogelijk, om retorisch en letterkundig welbespraakt te zijn. Dit is de stijl van de Quran in het aanspreken van de mensheid en de doe’aat zijn verantwoordelijk voor het verkrijgen van een respectabel niveau van taalkundige bekwaamheid voor het effectief overbrengen van de boodschap. Het is waardevol te weten dat alle duivels kanalen van communicatie zijn valsheid en misleiding overbrengen d.m.v. mooie praatjes. Allah de Verheven zegt: “En zo hebben Wij voor iedere profeet een vijand gemakt; Satans van onder de mensen en de Djinn’s, zij fluisteren elkaar fraaie woorden in om (de mensen) te misleiden. En als jou Heer het gewild had, dan zouden zij het niet hebben gedaan, laat hen daarom en wat zij hebben gedaan, laat hen daarom en wat zij verzinnen….Zodat de harten van degenen die niet in het Hiernamaals geloven ertoe neigen en zodat zij er welbehagen aan hebben, en zodat zij verrichten wat zij (de Satans) verrichten.” [16]
Daarom, als de leiders van de valsheid het wapen van mooie praatjes en stijlen van expressie gebruiken om de harten van degenen die niet in het Hiernamaals geloven te bedriegen, zijn de doe’aat nog meer verplicht om ditzelfde wapen te gebruiken om op te roepen tot de waarheid.
 

Sterke wil en overtuiging

Het is zeer gewenst dat de daa’ieyah een sterke wil heeft, positief zelfvertrouwen en de capaciteiten om emoties te beheersen. Deze karaktereigenschappen worden verkregen door oprechtheid en vertrouwen op Allah de Almachtige, en van kennis en taalkundige bekwaamheid, samen met uitgebreide ervaring en oefening.
Het belang van deze karaktereigenschappen wordt duidelijk wanneer men beseft dat als je mensen met verschillende geloven en opvattingen confronteert, met als doel ze te leiden aar het Rechte Pad, niets minder is dan ze een ideologische ‘oorlog’ te verklaren ten aanzien van hun geloven en overtuigingen die deel zijn van hun persoonlijkheden. Mensen zullen hun geloven en gedachten niet loslaten tenzij zij overtuigd worden met betere alternatieven en natuurlijk zullen zij een behoedzaam standpunt innemen, zo niet zich keren tegen de daa’ieyah.
Mar wanneer de daa’ieyah is gesierd met een sterke wil en zelfvertrouwen en charismatisch is in zijn spreken en presentatie, zullen mensen merken dat deze daa’ieyah een mentor is die het alleen te doen is om hun leiding en geluk, en sommigen zullen mogelijk zelfs reageren op de oproep. Wanneer een paar mensen leiding vinden, zullen de volgelingen een groep beginnen te vromen, waarna er meerdere zullen volgen, insha Allah.
 

Volharding

Tijdens het doen van da’wah, zal de daa’ieyah onherroepelijk te maken krijgen met leed, verleiding en obstakels, die zullen proberen hem van zijn missie af te houden. Als hij zakt voor deze beproevingen, zal hij in handen vallen van de Shaytaan en ook al draagt hij het gewaad van een hervormer, zal hij deel hebben in de corruptie, zonder dat hij zich er van bewust is. Maar de echte daa’ieyah blijft standvastig in de waarheid, zoekt de beloning voor zijn volharding en weet dat hij als leider en voorbeeld zijn innerlijke verleiding meer verachtelijk en schadelijk zijn dan gemene, bedorven mensen. De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei:”Een moslim blijft onderhevig aan beproevingen (in de wereld) m.b.t. zichzelf, kinderen en bezit, tot hij of zij Allah de Verhevene zal ontmoeten (op de Dag des Oordeels) in een staat in welke al zijn of haar zonden zullen zijn vergeven.” [17]
Als het de Shaytaan onder de mensen niet lukt om met hun afschuwelijke opdracht de daa’ieyah voor zich te winnen, zullen ze op zijn minst hun best doen om hem te beledigen met grove en dreigende taal, zoniet trachten hem fysiek iets aan te doen. De daa’ieyah moet geduldig zijn en troost vinden door de herinnering dat hij niet beter is dan de profeten van Allah (vrede zij met hen allen) en hun metgezellen (moge Allah tevreden met hen zijn), die zwaar hebben geleden op dit nobele Pad. Hij moet niet verdrietig worden van hun woorden, want alle eer behoort aan Allah de Schepper, Die zegt:”En wanneer de bergen verpulverd worden. En wanneer voor de Boodschappers de tijd vastgesteld is. (Er wordt gezegd: ) “Tot welke dag is er uitstel gegeven?” [18] De ware daa’ieyah moet niet alleen geduld betonen tijdens alle tegenspoed en moeilijkheden, maar hij moet ook enthousiast zijn missie voortzetten en zichzelf volhardend toewijden aan da’wah, ook al is het maar een beetje.
De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) werd gevraagd:”Welke daden zijn het meest geliefd bij Allah?”Hij (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “De constante handelingen, ook al zijn het er weinig.”Hij (vrede en zegeningen zij met hem) voegde eraan toe:”Neem niet teveel op je schouders, behalve de daden die binnen je vermogen liggen.” [19]
 

Uitmuntend moraal

Andere zeer bewonderswaardige karaktereigenschappen van een daa’ieyah zijn het uitdragen van vriendelijkheid, zachtheid, hoffelijkheid en goede manieren in de omgang met de mensen. Als een actief lid van de samenleving, moet de daa’ieyah uistekende relaties onderhouden en zichzelf niet afzonderen van mensen.
Hij moet beginnen met het groeten met de Salaam, ingaan op uitnodigingen, zijn diensten aanbieden, bemiddelen tussen mensen als zij geschillen hebben, de zieken bezoeken, begrafenissen bijwonen etc. als overgeleverd in vele ahadith. De daa’ieyah zou al deze taken moeten benaderen met mildheid en zachtheid. De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd:”Allah houdt van zachtmoedigheid in alle zaken.” [20]
Zelfs als de daa’ieyah wordt geconfronteerd met een hypocriet of een overtreder, zou hij vriendelijk moeten blijven. Aisha (moge Allah tevreden met haar zijn) leverde over dat een man toestemming vroeg om de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) te zien. De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Hij is een slecht lid van de stam. Toen de man kwam ontving de profeet (vrede en zegeningen  zij met hem) hem openhartig en vriendelijk en sprak met hem. Toen de man wegging zei Aisha: Boodschapper van Allah, toen hij toestemming vroeg zei je; hij is een slecht lid van de stam, maar toen hij kwam ontving je hem openhartig en vriendelijk. De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: Aisha! Allah houdt niet van degene die ongepast en ontuchtelijk is in zijn taalgebruik.” [21]
 
Wordt vervolgd…
Dit artikel is gepubliceerd in de 26ste editie van het magazine Nida’ul Islam, april-mei 1999. De redactie van “Wij Moslims” heeft een aantal aanpassingen in het artikel aangebracht.

[1] Soerah Ali Imraan (3), aayah 104
[2] Soerat Ali Imraan (3), aayah 110
[3] Ahmad
[4] Soerat Al Qasas (28’, aayah 56
[5] Degene die de Islaam verkondigt
[6] Boekhaarie, 8/506
[7] Soerat As-Shoe’araae (26), aayah 109
[8] Soerah Al An’aam (6), aayah 162
[9] Soerat Az Zoemar (39), aayah 11-13
[10] Soerat At Tah’riem (66), aayah 6
[11] Soerat As Shoe’araae (26), aayah 214
[12] Moeslim, 1/402
[13] Boekhaarie, 1/67
[14] De eerste drie generaties na de profeet (vrede en zegeningen zij met hem)
[15] De religie
[16] Soerat Al An’aam (6), aayat 112-113
[17] At Tiermiedhi, 49
[18] Soerat Al Moersalaat (77), ayaat 10-12
[19] Boekhaarie, 8/472
[20] Boekhaarie
[21]
Aboe Dawoed, 4774